Login to your account

Username *
Password *
Remember Me

70 jaar een vrolijk weekblad

juli 01, 2022 186

Het is dit jaar 70 jaar geleden dat Nederland voor het eerst Donald Duck te zien krijgen in zijn eigen tijdschrift. Nu 70 jaar later is de Donald Duck nog steeds een begrip en zijn vele generaties groot gebracht met strips in dit weekblad. Ter ere van dit jubileum is er door het Museum of Comic Art in Noordwijk een tijdelijk tentoonstelling samengesteld.


Het begon allemaal met nummer 1 uitgebracht in oktober 1952. Nou ja eigenlijk begon het eerder dat jaar, toen op 26 mei 1952 Roy O. Disney een brief stuurde aan De Geïllustreerde Pers N.V. met daarin de bevestiging van de samenwerking voor het uitbrengen van het nieuwe weekblad. Noorwegen en Zweden kenden hun eigen versie van de Donald Duck al sinds 1948 en ook Denemarken volgde in 1949. Het was de vertegenwoordiger van de Deense drukker die de Nederlandse vertegenwoordiger op het idee bracht om een Nederlandse variant op de markt te brengen. En zo werd in oktober 1952 op vele plekken de eerste Donald Duck, in een oplage van 2.500.000 stuks, gratis ter kennismaking verstrekt.


In de beginjaren werd het Nederlandse weekblad samengesteld door dezelfde redactie als die van het blad Margriet. In die periode werd het logo van het weekblad dan ook versierd met margrietjes als kleine verwijzing naar de makers van de Margriet. Het ging daarbij dan ook met name over de redactionele invulling, aangezien de strips hoofdzakelijk uit Amerika kwamen. Zo werd de eerste strip, waar we Donald als brandweerman zien, getekend door Carl Barks. Voor velen dé striptekenaar van de Donald Duck strips. Hij bedacht Duckstad en vele personages en tekende jarenlang tot aan zijn pensioen strips over Donald en zijn familie.


De stroom aan Amerikaanse producties werd al gauw aangevuld door materiaal van eigen bodem. Één van de eerste tekenaars was de Nederlands-Hongaarse tekenaar Endre Lukàcs die begon met voorplaten te tekenen en later ook strips van onder meer Donald Duck en De Grote Boze Wolf. Hij wist de tekeningen soms ook verder te vernederlandsen door typische grachtenpanden of andere Nederlandse bouwwerken toe te voegen op de achtergrond.

Naast de Nederlandse bijdragen op het gebied van Disney-tekenwerk, werd het weekblad ook aangevuld met ander niet Disney-materiaal. Zo werden er tekstverhalen met illustraties toegevoegd, waarbij de verhalen vaak van bekende auteurs kwam en de illustraties door verschillende tekenaars. Ook maakten de lezers van het weekblad kennis met Heer Bommel en Tom Poes. De strips werden geproduceerd door de Toonder Studio’s en verschenen naast de andere Disney-strips in het blad.


In de jaren ’60 naam het aanbod van nieuw materiaal vanuit Amerika sterk af. Daardoor werd er op zoek gegaan naar nieuwe Nederlandse talenten om de bestaande groep tekenaars te versterken. En zo geschiedde. Halverwege de jaren ’60 werd eveneens een beroep gedaan op de tekenaars van de Toonder Studio’s, dit keer niet voor nieuwe Ollie B. Bommel strips, maar juist die van Disney, waaronder Hiawatha en de Grote Boze Wolf. In deze periode werden enkele nieuwe rubrieken geïntroduceerd en werden de tekstverhalen steeds vaker door Nederlandse schrijvers geschreven, speciaal voor het weekblad.


Wanneer de jaren ’70 begonnen werd er gekozen voor een nieuwe richting. Daan Jippes werd aangesteld, welke bekend staat om zijn tekenstijl deel heel dicht bij die van Carl Barks staat. Hij zorgde onder meer voor de opleiding van nieuwe tekenaars in deze periode, wat hard nodig was door het wegvallen door de Toonder Studio’s, welke werd gesloten. Ollie B. Bommel werd daardoor vervangen voor strips van Pipo de Clown en later Douwe Dabbert, de laatste van de hand van Piet Wijn en Thom Roep.

Thom Roep werd uiteindelijk hoofdredacteur bij Donald Duck en zorgde in de jaren ’80 voor een nieuwe boost wat betreft de aanwas van nieuw personeel. Het succes van het blad nam steeds verder toe, mede doordat de marketingafdeling een prominentere rol kreeg. Zo werden er nieuwe bladen op de markt gebracht, waaronder de Donald Duck Extra. Werden abonnees van de Donald Duck lid van de Donald Duck Club, waarbij speciale acties en voordelen hoorden. Tevens werden de presentatiekwaliteiten van een van de marketingmedewerkers ontdekt, die het tv-programma Dit Is Disney ging presenteren. Inderdaad, we hebben het over Irene Moors.


Vlak voor de millenniumwisseling werd het blad steeds meer een familieblad. Er werden vele nieuwe stripformats bedacht, zoals Goofy Geeft Les en Mickey Lost ’t Op. Naast nieuw talent in Nederland, werd ook steeds meer samengewerkt met Spaanse tekenstudio’s, waarvan Studio Comicup de belangrijkste leverancier werd. Vervolgstrips van Douwe Dabbert verschenen nog steeds en zelfs een aantal keer verscheen Heer Bommel en Tom Poes nog ten tonele in het weekblad. Ook bezocht Carl Barks in de jaren '90 de Nederlandse redactie. Van zijn bezoek aan Nederland is onderstaande video te zien in het museum.


Rond het vijftigjarige bestaan werd het niet-Disney materiaal langzaam maar zeker voorgoed in de ban gedaan. De focus ging voortaan volledig naar Disneywerk. Daarnaast werd de Donald Duck vanaf die tijd ook steeds Nederlandser, zo werd het aantal Nederlandse producties steeds hoger die wekelijks de bladen vulden, maar werden er ook vele bekende nationale en internationale personen verduckt, waarbij hun Duckstad-versie in de strips voorbij gelopen komt. De Donald Duck blijft uitermate populair, wat ook te zien is aan alle extra tijdschriften, stripalbums en strippockets die verschenen zijn of nog steeds verschijnen. Donald kent zelfs een aantal nummers van een heuse glossy!


De geschiedenis van het weekblad Donald Duck is in de tentoonstelling gevangen doormiddel van tekst, originele tekeningen en schetsen, enkele authentieke voorwerpen (waaronder de eerste Donald Duck), videomateriaal van Carl Barks die een bezoek brengt aan Nederland en informatie hoe een strip tot stand komt.

Voor wie in de buurt van Noordwijk is en graag zelf een bezoekje brengt aan deze tentoonstelling kan terecht bij het Museum of Comic Art. In het gebouw vind je een kleine stripwinkel met een compacte museumruimte op twee verdiepingen. De tentoonstelling is te zijn van 4 juni tot en met 30 oktober 2022. Moet je van ver komen, dan is de lange rit enkel de tentoonstelling misschien niet waard, gezien de grootte, maar het is gelegen op wandelafstand van het strand, dus ideaal te combineren met een strandbezoekje.


Voor wie niet in de gelegenheid is om langs te gaan en toch nieuwsgierig is, of voor wie graag alle informatie van de tentoonstelling in zijn bezit wil hebben, is de museumcatalogus een aanrader. Deze exclusieve catalogus (oplage 750 exemplaren) bestaat uit 166 pagina’s gevuld met alle info (Nederlands én Engels) en afbeeldingen die te zien zijn en is ter plaatse te koop, maar ook online te bestellen via hun website.

Beoordeel dit item
(0 stemmen)
Laatst aangepast op vrijdag 01 juli 2022 19:11

Laagste prijs kalender